Categoriearchief: echte content

Marktverstoring Publieke Omroep vraagt radicale oplossing

Hoog tijd dat de politiek oog heeft voor de grote marktverstoring door de Publieke Omroep in Nederland.

Het is een misvatting te denken dat dit wordt opgelost door de radio en TV zenders reclamevrij te maken. Consumenten vinden reclames irritant en zullen zich eerder afkeren van de commerciële zenders die wel een gezond exploitatiemodel moeten nastreven. Voorwaarde is wel dat de STER gezonde, marktconforme tarieven hanteert. Daarvoor ontbreekt nu de noodzaak omdat er geen rechtstreeks verband is tussen de STER omzet en de exploitatie door de Publieke Omroep.

Een veel groter probleem is de vrijheid die de Publiek Omroep heeft om zonder beperking te experimenteren op internet en andere digitale platformen. Experimenteren is goed. Vooropgesteld dat het geleerde wordt gedeeld met de rest van Nederland, zodat commerciële partijen hiermee ook hun voordeel kunnen doen.

Kwalijk en schadelijk is dat de Publieke Omroep zich ook met haar digitale activiteiten nadrukkelijk opstelt als commerciële marktpartij via de STER. En daarmee profiteert ze bovenmatig van haar first mover effect, wat in een versplinterde digitale omgeving goud waard is. Winner takes all markten noemen we dit wel. Waarom zit de Publieke Omroep in Stir en is een top 3 of nummer 1 positie in Stir een doel. Stir wordt door mediaplanners gebruikt om reclamegelden op internet te verdelen. Hier verstoort de Publieke Omroep nadrukkelijk de markt en beperkt zij de kansen van commerciële marktpartijen die pas actief kunnen worden als er zicht is op een gezonde exploitatie.

NOS hoofdredacteur Hans Laroes probeert de kritiek van dagbladuitgevers weg te nemen met het argument dat de NOS content beschikbaar stelt. Natuurlijk moet de NOS dit doen. De content is met belasting geld gefinancierd en dus van ons allemaal. Maar volgens mijn laatste kennis wordt de content alleen embedded aangeboden, en tellen de views mee in Stir waardoor de marktpositie van de P.O. nog dominanter wordt. Bovendien zijn er allerlei journalistieke restricties. De content wordt kant en klaar aangeboden en mag niet worden hergebruikt door de redacties om er een eigen smaak aan te geven. En dat is nu juist het probleem. De niet pluriforme Publieke Omroep drukt nog nadrukkelijker een stempel op de nieuwsvoorziening in Nederland.

De echte oplossing is radicaler. En omgekeerd. We hebben in Nederland (nu nog) een pluriforme nieuwsvoorziening dankzij krantenredacties. Hoe behoud je dat en maak je dat audiovisueel? Daar zit de out of the box oplossing waar de politiek, de P.O. en de dagbladuitgevers over na moeten denken. PowNed en WNL zijn stapjes in de goede richting. Ik richtte destijds het Telegraaf Productiehuis op om video te maken vanuit een krantenredactie. De redactie van de Telegraaf (maar dat geldt ook voor andere krantenredacties) is een schatkamer van kennis en contacten. Met nieuwsmakers die een hele eigen kijk op de samenleving hebben. Het is zonde om deze kennis alleen te gebruiken om tekst en plaatjes te produceren, zoals ik dat altijd noemde. Met vallen en opstaan leerden we TV maken en inmiddels produceert het Telegraaf Productiehuis (dat nu een andere naam heeft) dagelijks content voor WNL. In plaats van het toejuichen van deze ontwikkeling, en het tot voorbeeld stellen, doet het Commissariaat voor de Media onderzoek. Naar dienstbaarheid aan winst voor derden. Alsof IDTV, Endemol, Eyeworks en al die andere productiehuizen geen winst maken op producties voor de publieke omroep.

De oplossing is wat mij betreft eenvoudig:
• Maak de Publieke Omroep bewuster van het nut van een gezonde exploitatie, wat moet leiden tot marktconforme Ster tarieven;
• Voorkom een dominante marktpositie van de Publieke Omroep op digitale platformen en voorkom dat de P.O. daar toetredingsbarrières opwerpt;
• Stimuleer bestaande pluriforme redacties in hun audiovisuele ontwikkeling en maak de toegang tot de publieke uitzendplatformen eenvoudig.

Dat laatste punt vereist trouwens een enorme cultuuromslag bij zowel de Publieke Omroep als de dagbladuitgevers. Ik zeg niet dat het makkelijk is. Ik zeg wel dat het kan. QED. En dat het moet.

Marianne Zwagerman
Voormalig directeur digitale media bij de Telegraaf Media Groep
Mede-oprichter omroep PowNed

Publiek Omroep van internet. Onzin

Gisteravond bracht De Telegraaf via het Nederlands Dagblad het nieuws dat de publieke omroep niets te zoeken heeft op internet: De publieke omroep mag zich niet meer met internet bezighouden. De omroepen moeten alleen radio- en televisieprogramma’s maken die op publieke netten te zien zijn. Dat is volgens de VVD de uitleg van de zinsnede in het regeerakkoord van CDA en VVD waarin staat dat de publieke omroep zich beperkt tot audiovisuele taken.

Deze stelling van de VVD is het resultaat van jarenlange lobby van krantenbazen. Kranten zien hun oplagen dalen, zijn -commercieel gezien- al meer dan tien jaar vrij onsuccesvol bezig op internet en ze vermoeden dat de publieke omroep teveel traffic wegtrekt van de krantensites. Dat krantenuitgevers het maar niet lukt om hun exploitatie op internet voor elkaar te krijgen, is natuurlijk niet de schuld van de publieke omroep. De reden is veel eenvoudiger. Ze kunnen gewoon niets.

Een concreet voorbeeld is de integratie van de papieren krant en internet voor hun adverteerders. Dat is echt geen dure innovatie waar tonnen voor nodig zijn. Zelfs na al die jaren internet slaagt er geen enkele krant in om met een simpel verhaal naar een adverteerder te gaan, zoiets als “joh, meneer KLM, dus u wilt een advertentie in de papieren krant voor uw nieuwe campagne. Cool! Maar online bereiken we ook honderduizenden bezoekers. We kunnen de campagne integreren, een leuke actie verzinnen. Een wedstrijd, een actiesite, email marketing inzetten. En dan gaan we kijken wat wel en niet werkt, deal?”

Kranten zijn aartsluie organisaties met afdelingen offline en online. Met bestuurders in de top, geen slimme ondernemers. Tekenend is deze zinsnede “Kranten moeten de nodige risico’s nemen om een nieuw product als websites lonend te kunnen maken, terwijl publieke omroepen dat vrij risicoloos kunnen doen. Kranten zijn extreem risicomijdend. Ze wachten af, ze jatten tijdens buitenlandse congressen liever halfbakken businessplannen dan écht te ondernemen op internet. Het meest uitgesproken symbool van dit instortende wereldje is ene Ben Knapen, het type dat liever lid is van commissies, -als journalist al- tegen de macht aanschurkte en niet wil inzien dat een krant Een Product Is Dat Gekocht Moet Worden. En zo zit het met meer kranten. Een club van zichzelf deftig makende meneren die zich te goed voelen om te bukken voor een euro op straat.

Dat wil niet zeggen dat de expansiedrift van de publieke omroepen op internet goed is. Als directeur van NewsMedia (GeenStijl dus) heb ik me mateloos geërgerd aan de activiteiten van de Ster. (De Ster is de stichting van de tv-reclame, maar ook op internet ‘doen’ ze de exploitatie van websites.) Zeker als het gaat om videoadvertenties rondom uitzendinggemist.nl. Dit is een betrekkelijk arbeidsintensieve, innovatieve manier van adverteren die pas in 2010 goed op gang kwam. De ster verstoorde de boel, trekt teveel geld weg uit de markt.

Ook activiteiten van bijvoorbeeld halfbakken publieke producten als FunX mogen wat mij betreft zelfs strafrechtelijk aangepakt worden. Aan de ene kant profiteren van subsidies via de publieke omroep. Aan de andere kant gewoon zelf een sales organisatie onderhouden. Kapot moeten ze.

Antwoord van de publieke omroep

De P.O. heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt. Michiel Mol, het voormalige hoofd digitaal van de publieke omroep zit thuis vanwege belangenverstrengelingen. Hij wist commercie en publiek geld niet zo goed uit elkaar te houden. Internet bij de P.O. bestaat uit een ondoordringbaar woud van overlegclubjes, vage handleidingen, eilandjes, initiatieven en kansloze programmawebsites die tonnen kosten zonder dat hier op enige manier iets tegenover staat. Er is geen stem bij de P.O. als het gaat om internet, en al helemaal geen visie.

Maar toch heeft de publieke omroep wel degelijk van alles te zoeken op internet. Ten eerste omdat internet gewoon een distributiekanaal is, net als radiogolven en vroeger analoge kabel. En er is echt wel een oplossing waarmee voorkomen wordt dat de P.O. de commerciële media teveel dwars zit:

Focus op innovatie, niet op content
De P.O. zouden zich op internet minder bezig moeten houden met content, maar meer met innovatie. Een mooi voorbeeld is het open source content management systeem MMBase, waar de VPRO ooit mee begon. De omroep had een systeem nodig, bouwde deze en maakte ‘m open source zodat talloze bedrijven en instellingen dit cms gratis konden gebruiken. En het leverde arbeidsplaatsen op bij ICT-bedrijven die MMBase ‘implementeren’ bij andere bedrijven.

Innovatie is ook het beschikbaar maken van het volledige omroeparchief. Ik kan me voorstellen dat ALLE Teleac- of Schooltelevisie items gewoon op Youtube gezet kunnen worden. Of nog beter, verzin een samenwerking met Wikipedia. Dit soort beeldarchieven hebben kranten helemaal niet, dus van concurrentie op contentniveau is er geen sprake.

Meer api’s!
Als de NOS een tonnen kostende camera aanschaft, ook al is dit van belastinggeld, kan je ‘m moeilijk uitlenen aan een willekeurige burger. Maar op internet werkt dat niet zo. De omroep kan tonnen uitgeven aan programmeercode, infrastructuur en deze gewoon delen met de wereld. Zoals ik ook al omschreef in PowNed beleidsplan zou het mooi zijn als de P.O. gestandaardiseerd gaat werken en er moeite voor doet om zoveel mogelijk internetcode en infrastructuur beschikbaar te stellen aan de samenleving. Bedrijven kunnen verder bouwen, aanpassen en omzet behalen.

Omroepgegevens zijn van iedereen.
Stel programmagegevens, de uitzendinformatie, beschikbaar aan iedereen die dat wil. Het is openbare informatie. Programmagegevens achterhouden is het benadelen van de vrije markt en het beschermen van een instelling die helemaal geen marktbescherming behoeft, want ze zijn tenslotte niet commercieel. Ok, tv-gidsen die gebruik maken van programmagegevens zijn de kurk waarmee omroepen hun ledengeld binnenharken, en daardoor initiatieven als Joop.nl kunnen ontplooien. Maar dat is niet het probleem van de samenleving noch van de markt. Per direct opengooien, en het is snel gedaan met de Joopjes van deze wereld.

Basis nieuwsgaring
Het is achterhaald en absurd om te stellen dat de NOS geen nieuwssite zou moeten onderhouden. Haal hooguit de STER-banners eraf. En stop met het denken in ‘markten’. Toen sites als GeenStijl een succes bleken, wilde de NOS met een antwoord komen en begon met een soort jongerennos-site, genaamd nos headlines. De NOS heeft marktonderzoek gedaan bij bijvoorbeeld FOK.nl om te kijken wat ze konden pikken. Ook GeenStijl kreeg de vraag of ze toch vooral ‘op de redactie mochten rondkijken’. Want ze wilden weten hoe wij het deden. Kap direct met dit soort dingen. Dat is vals en oneerlijk. Want vervolgens vissen ze met de Ster wel in dezelfde advertentievijver.

Auteursrechten
Geen auteursrecht op ALLES wat via de publieke omroep gemaakt wordt. De publieke omroep moet hun content gaan ‘taggen’, en ze moeten de auteursrechtelijke status van hun geproduceerde content zo open mogelijk houden. Dat kan met creative commons. Iedereen mag beeldmateriaal downloaden, remixen en hergebruiken zoals je dat wilt. Kranten en tijdschriften mogen teksten, beelden en grafieken gebruiken die de NOS heeft geproduceerd bijvoorbeeld. Kap maar met dat gedoe rondom rechten.
Zo kan het nu gebeuren dat je bijvoorbeeld geen uitzendingen van Ivo Niehe of Frans Bromet online kan vinden, omdat deze gasten liever zelf de dvd-verkoop in de hand houden. Of dat BNN-directeurtjes besluiten om zelf met eigen bv’s merchandise van tv-programma’s te maken. En reken er niet op dat de publieke omroepen kortingen kregen op de productiekosten of uitzendrechten…

Kortom, er zijn juist heel veel manieren waarop de P.O. zich op internet kan manifesteren, zonder dat dit schadelijk is voor de markt. Ze kunnen juist uitstekend een bijdrage leven aan de (kennis)economie zodat we nog wat terugzien van al die honderden miljoenen subsidie. De HUiLie-reactie van kranten is onterecht. Ze moeten hun hand in eigen boezem steken. Ontsla eens wat meer raamambtenaren, neem jonge en gretige accountmanagers aan. Leer ook bukken voor een kwartje op straat en voor je lezers. Of val letterlijk dood met je krant.

Uiteraard ben ik als voormalig ‘TMG-afdelings/sector/whateverdirecteur’ of hoe je het ook maar noemt, bevooroordeeld. Maar TMG toonde met aankopen van GeenStijl, Hyves en andere online initiatieven lef en zelfinzicht: niet zélf het wiel uitvinden, omdat de organisatie andere kwaliteiten bezit, die nou niet bepaald liggen op het gebied van online innovatie. Maar laat anderen worstelen en vervolgens meerwaarde, investeringskapitaal en vrijheid bieden aan de initiatieven die boven komen drijven.

Waarom ik hier wat over te melden heb
In mei 2010 vertrok ik na 7 jaar als directeur bij GeenStijl. Ik stond -uiteraard samen met anderen- aan de wieg van de publieke omroep PowNed, die voortkwam uit GeenStijl. En beschreef onder andere in het PowNed beleidsplan een visie op de manier waarop de P.O. om moet gaan met internet. We kwamen met PowNed in een interessante spagaat: commercie versus hoe een publieke omroep zich op internet zou moeten gedragen. Het is een stokpaardje geworden:-)

De beste auto om een zombie apocalyps te overleven


foto: dat kutopenbaarvervoer ook

Ik ben een redelijk liefhebber van het zombiefilmgenre. En in mijn naaste omgeving snapt niemand er wat van: “Oh, nee. Niet weer een van die zombiekutfilms van Hoxha”. Terwijl ik het survival-thema fantastisch vind. Een zombiefilm is jezelf irriteren over de vaak domme keuzes die hoofdrolspelers maken om aan vleesetende niet-mensen te ontsnappen. De films leiden tot oeverloze discussies wat de beste plek is om een infestation te overleven, welke wapens je MOET hebben en hoe leuk het is om een uitgestorven stad leeg te roven, op zoek naar goodies, om maar één aspect te noemen. Zeker is dat veel zombiefilms kijken, dé voorbereiding is op het moment dat de levende doden de boel hier overnemen. Na de zoveelste irritatie over de keuze van automobielen, dit maal in de Britse film Devils Playground, vond ik het tijd voor een goede handleiding voor het kiezen van een Juiste Auto Als De Zombie Hel Op Aarde Losbreekt.

Inleiding

De keuze van een vervoermiddel in een zombiewereld luistert zeer nauw. In films zijn belangrijke plotwijzigingen vaak gebaseerd op vervoer dat ontploft/stuk gaat/vast komt te zitten. En niet zelden wil je helemaal niet rond blijven hangen in een winkelcentrum of je eigen huis terwijl hordes zombies op hun eigen primitieve wijze stelling nemen nadat ze door hebben dat jij -lekkere hap die je bent- nog zit. En anders wil je vast op zoek naar geliefden of familie aan de andere kant van het land, hoe nutteloos dit ook is. Goed nadenken over geschikt vervoer is cruciaal.

Situatieschets

We kennen allemaal de voorlichtingscampagnes van de rijksoverheid over onder andere dat noodpakket en aanleggen van watervoorraden. Handig voor de ‘awareness’ Maar op GeenStijl legde ik al eens uit dat je daar niet al te veel van moet aantrekken. Natuurlijk heb je water nodig, maar het enige echte noodpakket, hoewel niet specifiek gericht op een zombie-uitbraak, staat hier beschreven. Zorg hoe dan ook, altijd dat je liters olijfolie in huis hebt. Lees dat stuk maar als je wilt weten waarom.

Na een zombie-invasie ben je op jezelf aangewezen. Vergelijk het met een natuurramp waarbij elektriciteit, mobiele telefonie, gas water en licht zijn uitvallen. Met dien verstande dat je als added bonus te maken hebt met een eenvoudig te herkennen doch niet-bewapende oppositiemacht. Het beste is om uit te gaan van het ergste en rekening te houden met zombies zoals ze in 28 days later te zien waren: realistische, zeer agressieve en snel verplaatsende zombies met een rudimentair tactisch inzicht, de zogenaamde ‘runners’. Met tactisch inzicht bedoel ik dat je bijvoorbeeld honderd zombies door een brievenbus met een headshot omlegt, nummertje 101 uitendelijk snapt dat dat er weliswaar eten achter de deur zit, maar dat die brievenbus gevaarlijk is, dus omlopen. Hou je hier rekening mee, dan zit je in ieder geval safe als het toch de Amerikaanse traaglopende variant blijkt te zijn. -al jarenlang een verhit discussiepuntje onder liefhebbers- Verder ga ik er vanuit dat er een dringende noodzaak is om jezelf te verplaatsen. Mocht je toevallig op een volledig uitgestorven defensieterrein zit met een voedsel- en watervoorraad van 5 jaar voor 5.000 man, dan blijf je lekker zitten waar je zit.

De auto

Het is verleidelijk om bij de uitgestorven showroom van Kroymans langs te gaan en een Lamborghini of Rolls te ‘lenen’. Maar dit is niet erg verstandig. Je kan er vanuit gaan dat steden vergeven zijn van half aangevreten karkassen en andere voedselresten dus glibberig. Verder kan je aannemen dat wegen deels geblokkeerd zijn met verlaten auto’s en andere ongein. Een snelle racewagen is te laag, rijdt op benzine en is na één deukje vaak al defect. Je moet op zoek naar een vierwielaangedreven terreinwagen. Geen neppe suv’s maar een echte offroader.


foto: Battle Tank. Klinkt leuk, in de praktijk lastiger dan je denkt vanwege extreme lawaai en neiging tot lege brandstoftank

De auto moet beslist op diesel rijden. Daar zijn een aantal zeer goede redenen voor. Ten eerste werken benzinestations niet meer, je moet actief op zoek naar brandstof en dit eventueel zelf oppompen. Benzine is extreem brandbaar en lastig te verwerken met pompen en dergelijke. Verder is diesel veel makkelijker te verkrijgen. Grote gebouwen zoals ziekenhuizen, datacenters en kantoren hebben namelijk aggregatoren die op diesel lopen. Deze tanks zijn bijna altijd bovengronds en daardoor veel makkelijker te harvesten. Op het platteland vind je voldoende landbouwmachines die op diesel lopen. Die voertuigen zijn voorzien van een grote tank die makkelijk te vinden is. Tot slot kom je op een liter diesel in de regel altijd iets verder dan een liter benzine.

Conclusie 1. Een 4×4 met diesel.

wapenfunctie
Je zult er niet aan ontkomen om zo nu en dan een zombie helemaal kapot te rijden. Dat kan een verdwaald exemplaar op een snelweg zijn, maar je zult je ook door groepen van honderden verzamelde zombies moeten ploegen. Een bullbar en een stevige voorkant zijn wel zo handig. Gelukkig heeft elke garage of grote boerderij nog wel een autogeen lasapparaat, zo eentje op gas. Een aantal stevige buizen op de voorkant van je 4×4 maakt al een enorm verschil. Hoewel, als je toch bezig bent zou ik op de buizen alsnog horizontale stukken staal aanbrengen, als snijvlak zeg maar. Om diezelfde reden is een auto met hoge zit, zodat je boven de mensen uitkijkt, aan te raden. Neem NOOIT een (stads)bus of nog erger, een camper. Er is geen film waarbij het goed afloopt met inzittenden van dit soort voertuigen. Teveel mooie camerastandpunten mogelijk, teveel killzones voor zombies. Bussen zijn traag, busdeuren sluiten niet goed en die ramen gaan vroeg of laat ook stuk. Bussen zijn alleen handig als allerlaatste noodoplossing vanwege hun massa. Een bus die eenmaal op gang is, is het perfecte gereedschap om zombiesamenklonteringen tegen te gaan.


foto: Leer lassen, leer je auto zelf aan te passen aan de omstandigheden

De voorkeurslijst
1. Toyota Landcruiser V8 diesel van
Toyota Land Cruiser V8
Pak als het ook maar een beetje kan een Toyota Landcruiser V8 diesel. Dit apparaat heeft alles! Voldoende massa om ook groepen zombies om te tikken. Lekkere luxe zit. Genoeg ruimte achterin voor een weekvoorraadje. De Landcruiser is betrouwbaar en vrij hoog.

2. Landrover Discovery 4
The other Side - Land Rover Discovery 4
Iets makkelijker te verkrijgen als de bovenstaande Toyota. De Discovery verdient de voorkeur boven de Range Rover omdat ie zwaarder gebouwd is, meer een echte terreinbak en minder een luxebeestje. Gaat ook minder snel stuk. Heeft achterin ook meer ruimte voor troep.

3. Mercedes G-Klasse
Brabus Combo

Degelijk, iets zeldzamer weer. Bovenstaande foto is een G-klasse Brabus (benzineversie) maar die bullbars zijn wel weer heel ok. Net als de Landcruiser ook verkrijgbaar in kogelwerende versie, maar die rijden 1 op 2.

verder
Mitsubishi L200 - Cowm Quarry 2007
Mitsubishi Pajero is wel ok. Net als de L200 en dat soort dingen. Als het echt niet anders kan, is er altijd nog de Volkswagen Touareg of zelfs de Porsche Cayenne V6 diesel. Maar zoek bij voorkeur naar offroaders met een Ladder Frame. In dit forum nog meer inspiratie…

Waar je verder aan moet denken
Zoek als het even kan naar een 4×4 dealer of bandenwinkel en zet er echte offroad-banden onder. Normale banden glibberen al snel weg in een weiland of natte ingewanden. Denk ook aan runflat-spulletjes. Neem altijd gereedschap mee om je auto te repareren en om dingen te slopen of te maken. Ook altijd paar stukjes staal meenemen als je niet van plan bent elke paar uur van auto te verwisselen. Vergeet nooit een slijptol (denk om extra slijpschijven) en een boormachine. Eventueel kan je nog een klein aggregaat meenemen die deze apparaten kan opladen of kan laten werken. Dit aggregaat kan je ook gebruiken om een elektrische pomp op aan te sluiten, met deze pomp kan je diesel uit tanks halen. Pompen, slangen en koppelstukjes vind je bij boerentuincentra zoals Welkoop. Uiteraard is het handig om te weten waar militaire basis zijn, wapenwinkels en metaalzaken. En overal door het hele land vind je distributiecentra van supermarkten. Trap niet in de zombiesurvival valkuilen.


En draag altijd je gordel

Verder lezen?
kaispace, geinig filmblogje
Zombiehunters HET forum over ALLES wat zombies betreft.