Publiek Omroep van internet. Onzin

Gisteravond bracht De Telegraaf via het Nederlands Dagblad het nieuws dat de publieke omroep niets te zoeken heeft op internet: De publieke omroep mag zich niet meer met internet bezighouden. De omroepen moeten alleen radio- en televisieprogramma’s maken die op publieke netten te zien zijn. Dat is volgens de VVD de uitleg van de zinsnede in het regeerakkoord van CDA en VVD waarin staat dat de publieke omroep zich beperkt tot audiovisuele taken.

Deze stelling van de VVD is het resultaat van jarenlange lobby van krantenbazen. Kranten zien hun oplagen dalen, zijn -commercieel gezien- al meer dan tien jaar vrij onsuccesvol bezig op internet en ze vermoeden dat de publieke omroep teveel traffic wegtrekt van de krantensites. Dat krantenuitgevers het maar niet lukt om hun exploitatie op internet voor elkaar te krijgen, is natuurlijk niet de schuld van de publieke omroep. De reden is veel eenvoudiger. Ze kunnen gewoon niets.

Een concreet voorbeeld is de integratie van de papieren krant en internet voor hun adverteerders. Dat is echt geen dure innovatie waar tonnen voor nodig zijn. Zelfs na al die jaren internet slaagt er geen enkele krant in om met een simpel verhaal naar een adverteerder te gaan, zoiets als “joh, meneer KLM, dus u wilt een advertentie in de papieren krant voor uw nieuwe campagne. Cool! Maar online bereiken we ook honderduizenden bezoekers. We kunnen de campagne integreren, een leuke actie verzinnen. Een wedstrijd, een actiesite, email marketing inzetten. En dan gaan we kijken wat wel en niet werkt, deal?”

Kranten zijn aartsluie organisaties met afdelingen offline en online. Met bestuurders in de top, geen slimme ondernemers. Tekenend is deze zinsnede “Kranten moeten de nodige risico’s nemen om een nieuw product als websites lonend te kunnen maken, terwijl publieke omroepen dat vrij risicoloos kunnen doen. Kranten zijn extreem risicomijdend. Ze wachten af, ze jatten tijdens buitenlandse congressen liever halfbakken businessplannen dan écht te ondernemen op internet. Het meest uitgesproken symbool van dit instortende wereldje is ene Ben Knapen, het type dat liever lid is van commissies, -als journalist al- tegen de macht aanschurkte en niet wil inzien dat een krant Een Product Is Dat Gekocht Moet Worden. En zo zit het met meer kranten. Een club van zichzelf deftig makende meneren die zich te goed voelen om te bukken voor een euro op straat.

Dat wil niet zeggen dat de expansiedrift van de publieke omroepen op internet goed is. Als directeur van NewsMedia (GeenStijl dus) heb ik me mateloos geërgerd aan de activiteiten van de Ster. (De Ster is de stichting van de tv-reclame, maar ook op internet ‘doen’ ze de exploitatie van websites.) Zeker als het gaat om videoadvertenties rondom uitzendinggemist.nl. Dit is een betrekkelijk arbeidsintensieve, innovatieve manier van adverteren die pas in 2010 goed op gang kwam. De ster verstoorde de boel, trekt teveel geld weg uit de markt.

Ook activiteiten van bijvoorbeeld halfbakken publieke producten als FunX mogen wat mij betreft zelfs strafrechtelijk aangepakt worden. Aan de ene kant profiteren van subsidies via de publieke omroep. Aan de andere kant gewoon zelf een sales organisatie onderhouden. Kapot moeten ze.

Antwoord van de publieke omroep

De P.O. heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt. Michiel Mol, het voormalige hoofd digitaal van de publieke omroep zit thuis vanwege belangenverstrengelingen. Hij wist commercie en publiek geld niet zo goed uit elkaar te houden. Internet bij de P.O. bestaat uit een ondoordringbaar woud van overlegclubjes, vage handleidingen, eilandjes, initiatieven en kansloze programmawebsites die tonnen kosten zonder dat hier op enige manier iets tegenover staat. Er is geen stem bij de P.O. als het gaat om internet, en al helemaal geen visie.

Maar toch heeft de publieke omroep wel degelijk van alles te zoeken op internet. Ten eerste omdat internet gewoon een distributiekanaal is, net als radiogolven en vroeger analoge kabel. En er is echt wel een oplossing waarmee voorkomen wordt dat de P.O. de commerciële media teveel dwars zit:

Focus op innovatie, niet op content
De P.O. zouden zich op internet minder bezig moeten houden met content, maar meer met innovatie. Een mooi voorbeeld is het open source content management systeem MMBase, waar de VPRO ooit mee begon. De omroep had een systeem nodig, bouwde deze en maakte ‘m open source zodat talloze bedrijven en instellingen dit cms gratis konden gebruiken. En het leverde arbeidsplaatsen op bij ICT-bedrijven die MMBase ‘implementeren’ bij andere bedrijven.

Innovatie is ook het beschikbaar maken van het volledige omroeparchief. Ik kan me voorstellen dat ALLE Teleac- of Schooltelevisie items gewoon op Youtube gezet kunnen worden. Of nog beter, verzin een samenwerking met Wikipedia. Dit soort beeldarchieven hebben kranten helemaal niet, dus van concurrentie op contentniveau is er geen sprake.

Meer api’s!
Als de NOS een tonnen kostende camera aanschaft, ook al is dit van belastinggeld, kan je ‘m moeilijk uitlenen aan een willekeurige burger. Maar op internet werkt dat niet zo. De omroep kan tonnen uitgeven aan programmeercode, infrastructuur en deze gewoon delen met de wereld. Zoals ik ook al omschreef in PowNed beleidsplan zou het mooi zijn als de P.O. gestandaardiseerd gaat werken en er moeite voor doet om zoveel mogelijk internetcode en infrastructuur beschikbaar te stellen aan de samenleving. Bedrijven kunnen verder bouwen, aanpassen en omzet behalen.

Omroepgegevens zijn van iedereen.
Stel programmagegevens, de uitzendinformatie, beschikbaar aan iedereen die dat wil. Het is openbare informatie. Programmagegevens achterhouden is het benadelen van de vrije markt en het beschermen van een instelling die helemaal geen marktbescherming behoeft, want ze zijn tenslotte niet commercieel. Ok, tv-gidsen die gebruik maken van programmagegevens zijn de kurk waarmee omroepen hun ledengeld binnenharken, en daardoor initiatieven als Joop.nl kunnen ontplooien. Maar dat is niet het probleem van de samenleving noch van de markt. Per direct opengooien, en het is snel gedaan met de Joopjes van deze wereld.

Basis nieuwsgaring
Het is achterhaald en absurd om te stellen dat de NOS geen nieuwssite zou moeten onderhouden. Haal hooguit de STER-banners eraf. En stop met het denken in ‘markten’. Toen sites als GeenStijl een succes bleken, wilde de NOS met een antwoord komen en begon met een soort jongerennos-site, genaamd nos headlines. De NOS heeft marktonderzoek gedaan bij bijvoorbeeld FOK.nl om te kijken wat ze konden pikken. Ook GeenStijl kreeg de vraag of ze toch vooral ‘op de redactie mochten rondkijken’. Want ze wilden weten hoe wij het deden. Kap direct met dit soort dingen. Dat is vals en oneerlijk. Want vervolgens vissen ze met de Ster wel in dezelfde advertentievijver.

Auteursrechten
Geen auteursrecht op ALLES wat via de publieke omroep gemaakt wordt. De publieke omroep moet hun content gaan ‘taggen’, en ze moeten de auteursrechtelijke status van hun geproduceerde content zo open mogelijk houden. Dat kan met creative commons. Iedereen mag beeldmateriaal downloaden, remixen en hergebruiken zoals je dat wilt. Kranten en tijdschriften mogen teksten, beelden en grafieken gebruiken die de NOS heeft geproduceerd bijvoorbeeld. Kap maar met dat gedoe rondom rechten.
Zo kan het nu gebeuren dat je bijvoorbeeld geen uitzendingen van Ivo Niehe of Frans Bromet online kan vinden, omdat deze gasten liever zelf de dvd-verkoop in de hand houden. Of dat BNN-directeurtjes besluiten om zelf met eigen bv’s merchandise van tv-programma’s te maken. En reken er niet op dat de publieke omroepen kortingen kregen op de productiekosten of uitzendrechten…

Kortom, er zijn juist heel veel manieren waarop de P.O. zich op internet kan manifesteren, zonder dat dit schadelijk is voor de markt. Ze kunnen juist uitstekend een bijdrage leven aan de (kennis)economie zodat we nog wat terugzien van al die honderden miljoenen subsidie. De HUiLie-reactie van kranten is onterecht. Ze moeten hun hand in eigen boezem steken. Ontsla eens wat meer raamambtenaren, neem jonge en gretige accountmanagers aan. Leer ook bukken voor een kwartje op straat en voor je lezers. Of val letterlijk dood met je krant.

Uiteraard ben ik als voormalig ‘TMG-afdelings/sector/whateverdirecteur’ of hoe je het ook maar noemt, bevooroordeeld. Maar TMG toonde met aankopen van GeenStijl, Hyves en andere online initiatieven lef en zelfinzicht: niet zélf het wiel uitvinden, omdat de organisatie andere kwaliteiten bezit, die nou niet bepaald liggen op het gebied van online innovatie. Maar laat anderen worstelen en vervolgens meerwaarde, investeringskapitaal en vrijheid bieden aan de initiatieven die boven komen drijven.

Waarom ik hier wat over te melden heb
In mei 2010 vertrok ik na 7 jaar als directeur bij GeenStijl. Ik stond -uiteraard samen met anderen- aan de wieg van de publieke omroep PowNed, die voortkwam uit GeenStijl. En beschreef onder andere in het PowNed beleidsplan een visie op de manier waarop de P.O. om moet gaan met internet. We kwamen met PowNed in een interessante spagaat: commercie versus hoe een publieke omroep zich op internet zou moeten gedragen. Het is een stokpaardje geworden:-)

7 gedachten over “Publiek Omroep van internet. Onzin”

  1. Bent u nu geen directeur meer van gs? Pwnd en gs zijn toch zelfde bedrijf alleen mogen jullie nu op meer plekken komen met zon kaartje? 😉

  2. en wat is het volgende dat mondsdood wordt gemaakt? Kritische websites? Weblogs? Andersdenkenden? Vindt dit een beetje ruiken naar Mao/Stalin praktijken en niet wat past in een vrije moderne democratisch land!

Reacties zijn gesloten.